<p>Jan Heine is al een knap eind de weg op, omhoog naar de 80 jaar. En nee, 80 hoeft niet het hoogste punt te zijn.</p>

Jan Heine is al een knap eind de weg op, omhoog naar de 80 jaar. En nee, 80 hoeft niet het hoogste punt te zijn.

Er worden er zoveel tachtig

We hebben afgesproken het niet over dominee Jan Heine te hebben. Dat roept de vraag op wat het verschil is tussen de predikant Heine en de mens Heine. Zelf bedenk ik dat een predikant preekt en een mens spreekt. Geen goed antwoord. Hij houdt niet zo van preken in die betekenis. Zijn pastorale studies heeft hij gedaan om te leren luisteren, zegt hij. Hier spreekt dus toch even de predikant. Maar ook als mens kan hij goed luisteren. Hij verklapt me dat ik hem zoveel verteld heb dat hij alleen al op basis daarvan een interview met mij zou kunnen schrijven. Gelukkig ben ik aanzienlijk jonger dan hij is: twee jaar om precies te zijn. Tijd genoeg om die opmerking te vergeten…

Door Wout Schotsman

Bennekom - “Wie wil er nu iets lezen, over Jan Heine?” Omdat hij 80 geworden is? Er worden er zoveel 80 tegenwoordig…” Het kost enige moeite om Jan Heine ertoe te bewegen mee te doen aan een interview. “Wie ben ik nou helemaal?”, zegt hij. Hij formuleert zorgvuldig, zich terdege bewust van de kracht van een woord. Even is er de predikant: “Daarom sluit ik een kerkdienst ook nooit af met “God zegene u”, maar met “God zegent ons” omdat ik zelf deel uitmaak van de gemeente. De vraag ‘Wie is Jan Heine?” proberen we toch een beetje te beantwoorden.

Biografietje

Als je een verkleinwoord gebruikt, lijkt het al minder gewichtig. Een biografietje dus. Op 2 juli wordt hij 80. Hij is geboren in Amby. Amby? Een dorpje vlakbij Maastricht, al lang opgeslokt door Groot-Maastricht. De oudste zoon van een buitenkerkelijk gezin. Maar opgegroeid te midden van het rijke Roomse leven, waar hij wel van onder de indruk raakte. Van zijn 10e tot zijn 15e woonde hij in Frankrijk, waar hij in een jeugdclub kennis maakte met het Franse Protestantisme. Op zijn 15e leerde hij in Gouda op een streekschool leeftijdsgenoten met allerlei verschillende religieuze achtergronden kennen. Die totaal verschillende ervaringen deden hem besluiten theologie te gaan studeren. Zijn ruimdenkende ouders zeiden: “Als jij dat wilt, moet je dat doen!”. In 1961 vertrok hij voor zijn studie naar Utrecht.

Standplaatsen

Daarna ga je aan het werk. Hij koos voor Weert, waar de kleine plaatselijke gemeente niet een volledig traktement voor een dominee kon opbrengen. Het werd een zaak van lesgeven op zijn vrije dag om dat inkomen aan te vullen. En dat terwijl na een jaar het gebied van Weert met Budel in Brabant uitgebreid werd. Een stevige klus voor een beginneling. In 1976 vertrok hij naar Venray, een gemeente met veel leeftijdsgenoten, waar hij 7 jaar zeer plezierig heeft gewerkt. Hij zocht het steeds verder in noordelijke richting. Zo stond hij 14 jaar in Nijmegen. Die brede samenleving vond hij zeer leerzaam.

Bennekom

Het was eigenlijk toeval dat hij in Bennekom terecht kwam. Hem werd gevraagd hier te komen preken. Eigenlijk deed hij dat liever niet, elders voorgaan. Maar via persoonlijke relaties kwam hij toch een paar keer in Bennekom terecht. Het klikte zodanig dat hij beroepen werd. Zo begonnen 6 goede jaren.

VUT

Op zijn 62-ste ging hij met de VUT. Daar is hij nog blij om, want kort daarna kreeg hij hartproblemen en zonder VUT had hij zijn predikantencarrière ongelukkig moeten beëindigen. Hij is in Bennekom blijven wonen en voelt zich nog steeds betrokken bij de kerkelijke gemeenschap. Er is altijd wel wat te doen. Hij heeft inmiddels een paar boekjes geschreven. Hij is onder meer lid van de expositiecommissie ‘Kunst in de kerk”. Jaarlijks levert hij zijn bijdrage aan Vorming en Toerusting met inleidingen met woord, muziek en beeld. Hij moet er niet aan denken een lege agenda te hebben.

Gelukkig!

Of hij een gelukkig mens is? “De diepzinnigste vraag van het interview!”, lacht hij en neemt de tijd voor het formuleren van een antwoord. “Ja”, zegt hij. “Een leven rijk aan ervaringen, als predikant. Een relaxte periode in Bennekom daarna. Met Bea en onze kinderen en kleinkinderen, met mijn familie en mijn vrienden. En al die mensen die ik ontmoette.” Onlangs besteedde de kerk aandacht aan het feit dat hij 50 jaar predikant was. Alle reden om gelukkig en dankbaar te zijn.

Om de predikant Heine en de mens Heine helemaal los van elkaar te zien, bleek toch een onmogelijke opgave. Daar droeg hij zelf trouwens stevig aan bij door na ons gesprek een tekst toe te sturen die hij al lang geleden schreef en op 30 mei 2021 opnieuw uitsprak in de Oude of Sint Alexanderkerk van Bennekom. Daarin beschrijft hij dat hij “droomt van een kerk...” Tot slot citeer ik vrijmoedig uit zijn tekst:

Ik droom van een kerk...

Ik droom van een kerk waar mensen elkaar niet langer laten vallen, maar waar ze elkaar helpen OP TE STAAN. Een kerk waar mensen niet langer bang gemaakt worden met oordeel en straf, maar waar ze zich door de EEUWIGE en door mensen aanvaard weten.

Ik droom van een kerk waar mensen geen genoegen nemen met enkel knus en gezellig samenzijn, maar wakker geschud worden met het oog op de roeping waarmee wij geroepen zijn. Waar niet vanzelfsprekend het bestaande en het gaande bevestigd wordt en gezegend, maar waar in kleine tekenen de tegenbeweging op gang komt. 

Ik droom van een kerk waar mensen zij aan zij, met gespitste oren en verwachtende harten zich verdiepen in de bevrijdende boodschap van Jezus. Ik droom van een kerk waar door dat alles mensen weer hoop krijgen en zich daarom aaneensluiten om die hoop door te geven.

“Elkaar niet tegemoet treden met meetlat en weegschaal.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden