Roos van Doorn
Roos van Doorn

Column: National Geographic in de achtertuin

Overig

Ze leek een voorkeur voor plastic te hebben. Elke uit een PMD-kliko ontsnapte en aangewaaide snipper, verwerkte ze in haar nest. Ik vond dat niet zo cottage-core van haar. Waterdicht werd het er ook niet van, maar lichtgewicht was het wel natuurlijk. Makkelijker dan die veel te grote spriet verdorde salie, die ze na enig sjorren maar liet voor wat het was.

We hadden geluk. Het plekje dat ze in onze kiwiplant uitkoos voor haar nest, had juist in de richting van het raam (waarachter onze eettafel) een opening, waardoor we de hele aanbouw van het nest konden volgen. National Geographic in eigen achtertuin: het af- en aanvliegen met takjes, het rondboetseren met de pootjes. Het verschil tussen het vrouwtje, die onvermoeibaar doorging en het mannetje, die geen fluit deed. Of eigenlijk, alléén maar fluit deed. Territorium afbakenen, ook belangrijk. Van mij mag hij, met het geluid van een zingende merel barst het zomergeluk in mijn borstkas open. Toen het nest af was, leek het even of het niet gebruikt zou worden, want het vrouwtje vertrok. Maar, zo bleek, elke dag kwam ze terug om één eitje te leggen. Toen het genoeg was, en zij zag dat het goed was, ving het broeden aan. We vroegen ons nét af wanneer ze zou gaan eten en of het mannetje nu misschien elke dag kookbeurt had, toen ze opvloog. Het mannetje kwam aanvliegen. Hij bekeek het boeltje vakkundig vanaf de rand van het nest en rolde de eitjes voorzichtig met zijn snavel om. Toen floot hij nog wat, trots en blij, vonden wij, en vloog weer verder, waarna het vrouwtje terugkeerde. Zo volgden we hen dag na dag. 

Tot ik op een morgen bij het plukken van de zomerframbozen opeens een heleboel grijsbruine donsveertjes zag. In het nest: vijf eitjes, geen moedermerel. We hoopten dat ze had weten te ontkomen. Dat dit alleen de veertjes waren, die ze had moeten laten om een veilig heenkomen te vinden. En waarempel, na enig wachten kwam een merel aangevlogen. Het mannetje. Hij keek naar de eitjes, verlegde grijsbruine veertjes en zong. Riep naar het vrouwtje, maar zij antwoordde niet. Hij vloog weg en de eitjes koelden langzaam af. 

Die dag was het warm, de deur van mijn studeerkamer stond open. Ik hoorde een merel zingen. En nog nooit stemde mij dat zo droevig als die dag.

Roos van Doorn, Voorganger Vrijzinnigen Bennekom

advertentie
advertentie